4.361 x gelezen

Kijkcijfers nader bekeken

Gistermiddag ontving ik de maandelijkse rapportage van SKO, waarin een overzicht wordt gegeven van de kijkcijfers van afgelopen maand. Augustus in dit geval. De kijktijd is wederom teruggelopen. In augustus 2014 keken we gemiddeld 176 minuten naar televisie. Dit jaar was dat 160 minuten in dezelfde maand. Dat is 9% minder, maar dat is een op zichzelf staand cijfers. Het is natuurlijk beter om naar een wat langere periode te kijken. Daarvoor heb ik alle maandelijkse kijktijden vanaf 2008 tot nu in een Excelletje gezet en gekeken of er daadwerkelijk verschil zit in even en oneven jaren en hoe groot de daling in 2015 precies is ten opzichte van vorig jaar en vooral 2013. Want dat is een beter referentiejaar dan 2014, aangezien 2013 net als 2015 geen ‘sportjaar’ is. Voor 2013 en 2015 is ook onderscheid gemaakt naar lineair en UGK.  Cijfers en grafieken na de break.

Alle gebruikte cijfers zijn gebaseerd op de doelgroep 6+ en de periode 0-24 uur.

De eerste grafiek geeft de gemiddelde kijktijd aan voor elk van de genoemde jaren en dan het gemiddelde over de maanden januari tot en met augustus. Daarin is te zien dat 2014 een topjaar met een gemiddelde kijkduur van 198 minuten.

Grafiek 1: gemiddelde kijktijd per dag in minuten,  januari – augustus 2008-2015

Bron: SKO
Bron: SKO

In de grafiek is ook het gemiddelde opgenomen van de even en oneven jaren. Oneven is dan 2009, 2011, 2013 en 2015. Even is 2008, 2010, 2012 en 2014. De verschillen zijn niet zo heel groot. In de even jaren is de gemiddelde kijktijd 189 minuten. In de oneven jaren kijken we drie minuten korter. 2015 zit met 188 minuten iets boven het gemiddelde van de oneven jaren.

Als je gemiddelden van even en oneven op maandbasis tegen elkaar afzet krijg je het volgende beeld:

Grafiek 2: gemiddelde kijktijd per dag in minuten,  even en oneven jaren

Bron: SKO
Bron: SKO

In de even jaren zijn de pieken van de Olympische Winterspelen en de EK/WK Voetbaltoernooien goed te zien. De Olympische Zomerspelen laten niet zozeer een piek zien, maar houden de schade van de zomerdip beperkt.

Het gemiddelde van de oneven jaren is wat dat betreft dus een betere referentie dan de even jaren of 2014. Als je 2015 afzet tegen dat ‘oneven’ gemiddelde zie je dat de daling van de kijktijd niet zichtbaar is. Sterker nog, de kijktijd ligt in 2015 zelfs twee minuutje hoger als je kijkt naar de periode jan- augustus.

Grafiek 3: gemiddelde kijktijd per dag in minuten, 2015 versus oneven jaren

Bron: SKO
Bron: SKO

Als je 2015 wilt vergelijken met een jaar en niet met een gemiddelde van meerdere jaren is 2014 dus geen goed jaar (kijk maar), dus nemen we het eveneens sportloze 2013. De gemiddelde kijktijd was in dat jaar was 191 minuten in de periode januari – augustus. Dat is drie minuten meer dan 2015.

Grafiek 4: gemiddelde kijktijd per dag in minuten, 2013 en 2015 (jan-aug)

Bron: SKO
Bron: SKO

Alleen in juli doet 2015 het beter dan 2013. In de andere maanden loopt de kijktijd achter. Dat is vooral in april en juni het geval. In beide maanden liep 2015 6% achter op 2013.

Lineair en UGK
Alle genoemde kijktijden zijn inclusief UGK, dus kan nog geen uitspraak worden gedaan over de ontwikkelingen van lineair (live) kijken versus uitgesteld kijken. Als je die twee eenheden uit elkaar haalt blijkt de lineaire kijktijd in januari – augustus 2015 met 180 minuten 3% lager te liggen dan in 2013 (186 minuten). Tegelijkertijd is UGK gegroeid met 32% en komt in genoemde periode 2015 uit op ruim 11 minuten. Dat was 8,6 minuten in 2013.

In de onderstaande twee grafieken zijn lineair en UGK weergegeven voor 2013 en 2015.

Grafiek 5: gemiddelde lineaire kijktijd per dag in minuten, 2013 en 2015 (jan-aug)

Bron: SKO
Bron: SKO

De grafiek lijkt heel veel op grafiek 4. Dat komt omdat UGK (nog) niet zo heel groot is. Zoals gezegd is dat 11 minuten per dag in 2015, oftewel 6% van de kijktijd. In 2013 was dat nog 4,5%.
Grafisch ziet dat er zo uit:

Grafiek 6: gemiddelde uitgestelde kijktijd per dag in minuten, 2013 en 2015 (jan-aug)
KNB_7

De groei van UGK is duidelijk te zien en de verwachting is dat die groei zal doorzetten in de rest van 2015 en daarna. Voor een deel zal dat ten koste gaan van lineair kijken, voor een deel komt het erbij als extra kijktijd. Duidelijk is wel dat het aandeel van lineair daalt. voor 6+ is dat hierboven weergegeven, maar in andere doelgroepen zoals 20-34 en 20-49 liggen die verhoudingen heel anders ten gunste van UGK.

Als 2015 compleet is zal ik bovenstaande rapportage updaten. Suggesties zijn welkom!

Scroll naar boven