
🕒Leestijd ongeveer 2 minuten
Nederlanders besteden het grootste deel van hun mediatijd aan de smartphone, televisie en sociale platformen. Dat blijkt uit het jaarlijkse onderzoek GfK Trends in Digitale Media 2026 van GfK, onderdeel van NIQ. Opvallend is vooral de snelle opmars van kunstmatige intelligentie. Bijna twee derde van de Nederlanders van 13 jaar en ouder gebruikt inmiddels maandelijks een AI-platform, met ChatGPT als grootste speler.
Het maandbereik van AI-platformen is in twee jaar tijd gegroeid naar bijna twee derde van de Nederlandse bevolking. Dat is een stevige stijging, maar het betekent ook dat een aanzienlijke groep nog niet is aangehaakt. 42% van de Nederlanders heeft nog nooit een AI-platform gebruikt. Wie wel gebruikmaakt van AI, doet dat vooral om informatie op te zoeken, te brainstormen of teksten te schrijven en te verbeteren.
Nederlanders zien kansen, maar blijven kritisch
Gebruikers waarderen AI vooral om het gemak en de efficiëntie. Tegelijkertijd leven er brede zorgen, over desinformatie, privacy, auteursrechten en de maatschappelijke impact van de technologie. Die terughoudendheid is terug te zien in het vertrouwen dat Nederlanders in verschillende mediavormen hebben. Traditionele media genieten aanzienlijk meer vertrouwen dan social media en AI-platformen.
WhatsApp, YouTube en Facebook behoren tot de platformen met het grootste bereik. Een groot bereik betekent echter niet automatisch veel vertrouwen. LinkedIn wordt door gebruikers als relatief betrouwbaar ervaren, terwijl TikTok, Snapchat en X juist lager scoren op dat punt.
Meer schermtijd leidt tot behoefte aan balans
Veel Nederlanders geven aan meer tijd achter een scherm door te brengen dan ze eigenlijk zouden willen. Die bewustwording vertaalt zich ook in gedrag. Bijna de helft beperkt het eigen schermgebruik actief, bijvoorbeeld door meldingen uit te schakelen of de telefoon vaker weg te leggen.
Over het onderzoek
GfK Trends in Digitale Media wordt sinds 2011 jaarlijks uitgevoerd onder Nederlanders van 13 jaar en ouder. Sinds 2025 worden de uitkomsten aangevuld met gedragsdata uit GfK GXL, een cross-mediaal panel dat online-, televisie- en audiogebruik passief meet. Het onderzoek besteedt daarnaast structureel aandacht aan jongeren van 13 tot en met 17 jaar, om trends onder deze groep vroegtijdig te kunnen signaleren.
