Door afwezigheid deze week kon ik niet eerder berichten over het nieuwe tijdsbestedingsonderzoek. Aan de andere kant, beter laat dan nooit. De resultaten zijn afgelopen maandag door TNS-NIPO en Veldkamp gepubliceerd. Het is een update van de eerdere versies uit 1997 en 2004. Het mediabelevingsonderzoek brengt middels een aantal schalen de consumptie van de verschillende meidumtypen in kaart. De resultaten van de laatste versie staan hier onder:
Online televisie verandert kijkbeleving
De beleving van het medium televisie is in de afgelopen drie jaar behoorlijk veranderd. De mogelijkheid om ook via de pc televisie te kijken, heeft het medium een hele nieuwe impuls gegeven. De woorden ontspannend en entertaining verbinden Nederlanders vaker met internettelevisie, dan met televisie via het “˜gewone televisietoestel‘. De onderzoekers geven als verklaring dat “Nederlanders actiever op zoek gaan naar iets wat ze echt graag willen zien. Omdat de kijker zelf bewust kiest, zal hij waarschijnlijk minder negatieve of serieuze items bekijken en eerder de “˜leuke‘ programma‘s uitzoeken.” Volgens heeft het ook te maken met de andere verhouding reclame/content op online televisie.
Televisie en tijdschriften hoogste identificatie
Het Nederlandse publiek kan zich het beste identificeren met de televisie en tijdschriften. In 2004 herkenden Nederlanders zichzelf nog het meest in tijdschriften en moest televisie genoegen nemen met een tweede plaats. Dat televisie in 2007 een gedeelde eerste plaats inneemt op de identificatiefactor, heeft volgens TNS NIPO/Veldkamp waarschijnlijk te maken met enkele veranderingen in het televisielandschap. Daarbij valt te denken aan het steeds verder doorvoeren van lokaal nieuws op een nationaal niveau, het verpersoonlijken van nieuws op televisie en het toelaten van steeds meer “˜gewone gasten‘ voor discussies in praatprogramma‘s, naast deskundigen. Deze veranderingen zorgen ervoor dat de afstand tussen de zender en de consument steeds kleiner lijkt te worden. Ik denk dat de grote sterrenshows als Idols, X-factor, Dansen en springen met de Sterrren hier een grote bijdrage hebben geleverd. Bij uitstek programma’s om jezelf te indentificeren met hulp van jouw favorieten.
Magazines scoren op praktische bruikbaarheid
Magazines hebben het internet ingehaald als het gaat om praktische bruikbaarheid. Achtergrond informatie zoekt men meer in magazines dan op het internet. Een mogelijke oorzaak is de toename aan special interest bladen en meer redactionele aandacht voor praktische tips en adviezen. Volgens mij ook de veranderende rol van internet als sociaal medium (Hyves etc.) en entertainmentkanaal (online video en games). Dat geven de onderzoekers zelf ook aan als het gaat als internet als entertainer: “Internet wordt tegenwoordig meer gebruikt om lege momenten mee te vullen dan in 2004. Daarnaast geeft internet meer gesprekstof met vrienden en familie dan toen. Dit komt mede door de nieuwe toepassingen van het medium. Mensen kijken tegenwoordig (spraakmakende) filmpjes op internet (YouTube) en wisselen deze ook uit. Wat ook veranderd is sinds 2004: Nederlanders maken veel gebruik van social networks (zoals bijvoorbeeld Hyves) en van user generated content.”
Mediabeleving dagbladen stabiel
Wanneer we kijken naar de scores van dagbladen dan zien we dat de beleving en positie van dagbladen in het medialandschap vrij stabiel zijn gebleven. Van alle mediumtypen scoren dagbladen nog steeds het best op de informatiefactor (heeft mij nieuws geboden, gaf me nuttige informatie) en de geraaktheidfactor (ergerde me, heeft me verontrust). Zie ook dit bericht van Cebuco.
Het Mediabelevingsonderzoek maakt kwalitatieve mediaplanning mogelijk. Mediaplanners kunnen, op basis van de uitkomsten van het Mediabeleving 2007 Plus, die media kiezen die in de beleving van een specifieke doelgroep elkaar versterken of aanvullen. Het begrip kwalitatieve mediaplanning kan extra lading krijgen doordat de afnemers via een tool van het onderzoek de scores kunnen selecteren per doelgroep. Met Mediabeleving 2007 Plus is het derde Mediabelevingsonderzoek dat is uitgevoerd (eerdere metingen waren in 1997 en 2004). Daarmee is het mogelijk geworden om tien jaar beleving van media in kaart te brengen. Het woord ‘Plus’ is toegevoegd aan de naam van het onderzoek, omdat ten opzichte van de vorige twee metingen meer mensen zijn ondervraagd, meer media- en reclamevormen werden uitgevraagd en nieuwe vragen zijn toegevoegd. Dit om de invloed van engagement, aandacht en waardering op media- en reclamebeleving te kunnen vaststellen. In Mediabeleving 2007 Plus is gevraagd naar de beleving van acht mediumtypen (televisie, radio, dagbladen, huis-aan-huis bladen, tijdschriften, bioscoop, internet en post). Nieuw is dat tevens de beleving van kijken van televisie via het internet is gemeten. Naast de beleving van de mediumtypen, komt ook de reclamebeleving per mediumtype aan bod, waarbij tevens de beleving van buitenreclame en narrowcasting (nieuw) is bepaald.
Het veldwerk heeft plaatsgevonden van 13 juni tot en met 7 juli 2007. Voor het Mediabelevingsonderzoek 2007 zijn 1.493 Nederlanders van 13 jaar en ouder ondervraagd.
Hier een vervolgstudie van Cebuco op het materiaal van Mediabeleving 2007. Strekking: de site en papier versterken elkaar.