
๐Leestijd ongeveer 3 minuten
Nederlandse consumenten keken in het eerste kwartaal van 2026 gemiddeld 295 minuten per dag naar video, tegen 323 minuten een jaar eerder. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van Telecompaper. De daling van bijna een half uur per dag is een van de duidelijkste verschuivingen in kijkgedrag van de afgelopen jaren, en gaat in tegen de aanname dat een groeiend aanbod aan streamingcontent de kijktijd vanzelf blijft opstuwen.
Jongere kijkers keken minder, ouderen nauwelijks anders
De afname is volgens Telecompaper niet gelijk verdeeld. Vooral consumenten van 25 tot 34 jaar keken minder, juist de groep die het sterkst geassocieerd wordt met on-demand en online video. Hun daling in dagelijkse kijktijd was de grootste van alle leeftijdsgroepen en kwam vooral door minder SVOD- en online videogebruik, niet door minder traditionele televisie.
Aan de andere kant van het spectrum verandert er weinig. Consumenten van 68 jaar en ouder besteden nog altijd meer dan zes uur per dag aan videocontent, ruim boven het marktgemiddelde, met live-tv als grootste onderdeel. Er lijkt zo een tweedeling te ontstaan tussen een jongere groep die het rustiger aan doet en een oudere groep waarvan de kijkgewoonten nauwelijks veranderen.
NMO Kijken rapporteert een lichte stijging in Q1
De cijfers van Telecompaper staan haaks op die van NMO Kijken, dat voor dezelfde periode juist een lichte stijging van het kijkvolume rapporteert. De totale schermtijd kwam daar uit op 211 minuten in Q1 2026, tegen 208 minuten in Q1 2025.
| Kijktijd min./dag | Lineair | UGK dag | UGK 1-6 | Overig | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Q1 2025 | 95 | 19 | 14 | 79 | 208 |
| Q1 2026 | 94 | 20 | 14 | 83 | 211 |
Bron: NMO Kijken
De grootste stijging zit in de categorie ‘overig’, waarin het kijkgedrag naar streamingdiensten is opgenomen โ precies het segment waar Telecompaper een daling signaleert.
Het verschil laat zich voor een belangrijk deel verklaren uit de onderzoeksmethode. Telecompaper baseert zich op een panelonderzoek dat elk kwartaal wordt gehouden, terwijl NMO Kijken werkt met een vast panel dat van minuut tot minuut het kijkgedrag registreert. Dat zijn twee wezenlijk verschillende manieren van meten, wat een directe vergelijking lastig maakt. We zagen zoiets vorige week bij twee bronnen over het luisteren naar podcasts.
En verder . . .
Tot zover de verschillen tussen de cijfers. Telecompaper rapporteerde ook nog een aantal andere uitkomsten over de videoconsumptie die minstens zo interessant zijn:
- Telecompaper ziet een bredere verzwakking in hoe Nederlandse consumenten hun streamingdiensten beoordelen. Bij de grote platforms ging de Net Promoter Score op jaarbasis omlaag, terwijl het aantal abonnementen wel overeind bleef.
- Netflix blijft met 51 procent penetratie marktleider, en Videoland versterkte zijn positie als grootste lokale uitdager. Eรฉn categorie ging tegen de trend in: sportgerichte content was de sterkste stijger in de tevredenheidsranglijst, wat aangeeft dat live sport een steeds belangrijkere reden is om abonnementen en add-ons te waarderen.
- De penetratie van tv-abonnementen zakte naar 79% en het aandeel consumenten dat nooit een traditioneel abonnement had steeg verder.
- Toch zegt driekwart van de huidige abonnees niet te verwachten op te zeggen, met gezinnen en lagere inkomens als meest honkvaste groep.
- Interactieve functies zoals catch-up tv winnen bovendien nog gebruikers, vooral onder oudere kijkers en hogere inkomens.
