159 x gelezen

Daling bioscoopbezoek zet door in 2025

Het bioscoopbezoek is in 2025 opnieuw gedaald. Er werden in totaal 28,4 miljoen bioscoopkaartjes verkocht, dat is 3% minder dan een jaar eerder en bijna tien miljoen minder dan in recordjaar 2019. Door een stijging van de gemiddelde ticketprijs naar € 10,84 bleef de totale omzet met € 308 miljoen vrijwel stabiel, al lag die nog altijd net iets onder het niveau van 2024. Nederlandse films waren goed voor 14% van de bezoekers (17% in 2024), 13 van de 84 uitgebrachte Nederlandse titels trokken meer dan honderdduizend bezoekers. Filmtheaters wisten hun aandeel juist te vergroten en waren in 2025 goed voor één op de zeven verkochte bioscoopkaartjes, wat wijst op een groeiende belangstelling voor selectieve en meer contextuele kijkervaringen.

Van corona tot streamingsdiensten

Corona heeft de branche uiteraard geen goed gedaan, grote publieksfilms bleven uit in 2025 en Nederlandse producties wisten relatief weinig bezoekers te trekken. Dat zijn meer de directe oorzaken van de daling, maar een spade dieper geeft aan dat er misschien meer aan de hand is. De bioscoop concurreert allang niet meer alleen met andere bioscopen of met het thuis kijken van films, maar met een breed palet aan platformen en vrijetijdsopties die permanent beschikbaar zijn. Streamingdiensten hebben het idee van uitgesteld kijken vervangen door continu aanbod, waarbij algoritmen steeds beter inspelen op individuele voorkeuren. In zo’n omgeving is de stap naar een vaste tijd en plaats, met reistijd en hogere kosten, minder vanzelfsprekend dan voorheen.

Minder jongeren

Opvallend is dat vooral jongere doelgroepen minder makkelijk worden bereikt. Tieners die tijdens de pandemie hun eerste bioscoopervaring misten, lijken die routine niet automatisch te hebben ingehaald. Voor hen is audiovisuele content primair iets dat zich afspeelt op persoonlijke schermen, geïntegreerd in een dagelijks patroon van gamen, social media en short form video. De bioscoop is daarin geen vanzelfsprekend startpunt meer, maar een incidentele keuze die actief moet concurreren om aandacht.

Van massa naar kwaliteit

Tegelijkertijd laat de groei van filmtheaters zien dat er wel degelijk ruimte blijft voor collectieve kijkervaringen, mits die zich duidelijk onderscheiden. Filmtheaters profiteren van abonnementen, context en verdieping en spreken daarmee een publiek aan dat de bioscoop niet ziet als distributiekanaal voor films, maar als culturele ontmoetingsplek. Die ontwikkeling past in een bredere trend waarin fysieke media-ervaringen verschuiven van massaal naar selectief. Minder vaak, maar bewuster gekozen en vaak gekoppeld aan extra betekenis.

Schaarste

Ook aan de aanbodzijde schuurt het. Het aantal uitgebrachte films blijft groeien, terwijl het aantal zalen nauwelijks toeneemt. Daardoor ontstaat een steeds competitievere programmering waarin titels elkaar sneller verdringen. In een platformlogica zou dit probleem deels worden opgelost door oneindige digitale schapruimte, maar de bioscoop heeft geen ‘lange staart’. Dat maakt zichtbaarheid schaarser en succes afhankelijker van marketingkracht en timing.

Alles bij elkaar wijst 2025 op een nieuw evenwicht dat zich langzaam aftekent. De bioscoop verdwijnt niet, maar verschuift van vanzelfsprekende vrijetijdsbesteding naar een bewuste keuze binnen een sterk gefragmenteerd medialandschap. Dat vraagt om aanpassing, niet alleen in programmering en beleving, maar ook in het denken over de rol van film in een tijdperk waarin kijken overal en altijd kan. Dat dit nieuwe normaal minder bezoekers oplevert dan in 2019, lijkt steeds minder een tijdelijke dip en steeds meer een structurele realiteit.

Bron: NVBF

Scroll naar boven