
🕒Leestijd ongeveer 3 minuten
Het Commissariaat voor de Media (CvdM) heeft zijn wetgevingsbrief 2026 aangeboden aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). De aanleiding is dat de Mediawet achterloopt op de praktijk. Deze wet moet worden aangepast aan een medialandschap waarin online platforms, sociale media en hybride vormen van content de norm zijn geworden. CvdM ziet de snelle verschuiving van traditioneel naar digitaal mediagebruik als belangrijkste oorzaak.
Waar regelgeving lange tijd was ingericht op zenders, netwerken en lineaire distributie, spelen podcasts, livestreams en sociale platforms inmiddels een dominante rol. Volgens het CvdM leidt dat tot een groeiende mismatch tussen wetgeving en praktijk. Denk hierbij aan vergelijkbare content, die verschillend wordt gereguleerd en soms zelfs helemaal buiten toezicht valt.
De huidige Mediawet dateert overigens formeel uit 2008, maar is sindsdien herhaaldelijk aangepast. Denk aan implementaties van Europese richtlijnen (zoals de AVMSD), regels rond video-uploaders (PDF), reclame/influencers (PDF) en recent ook platformdiensten.
Actualiseren definites
Het Commissariaat pleit nu voor een grondige modernisering van de Mediawet. De kern daarvan ligt in het actualiseren van definities. Op deze manier vallen nieuwe vormen van media-aanbod beter onder het toezicht. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar techniek neutrale formuleringen die ook toekomstbestendig zijn. Opvallend is de expliciete aandacht voor video-uploaders. Deze groep valt nu onder regels die zijn geschreven voor grote mediabedrijven. Volgens het Commissariaat leidt dit tot scheve verhoudingen en ineffectief toezicht.
Ook de manier waarop toezicht wordt gefinancierd staat ter discussie. De huidige systematiek is gebaseerd op technisch bereik. Dit is een maatstaf die slecht past bij een online omgeving waarin bereik in principe onbeperkt is. Het gevolg is dat kleine en grote spelers soms vergelijkbare kosten dragen. Het Commissariaat wil daarom naar een eerlijker verdeling van toezichtskosten. Hierbij worden ook videoplatforms en andere nieuwe spelers meegenomen.
Europese context
Een tweede belangrijk thema is de Europese context. Met de komst van nieuwe regelgeving zoals de European Media Freedom Act (EMFA) neemt het belang van een consistente en stevige uitvoering toe. CvdM pleit in dit kader voor maximale benutting van deze regels. Dit kan onder meer door meer transparantie te eisen over media-eigendom. Daarnaast wil het dat de beoordeling van mediaconcentraties nadrukkelijk bij de mediatoezichthouder wordt belegd. Zo blijven pluriformiteit en redactionele onafhankelijkheid centraal staan, aldus CvdM.
Effectief toezicht
Tot slot richt de brief zich op de positie van het Commissariaat zelf. Om effectief toezicht te kunnen houden in een steeds internationaler en digitaler speelveld, zijn volgens de toezichthouder extra bevoegdheden nodig. Het gaat onder meer om betere mogelijkheden om informatie op te vragen bij mediabedrijven. Daarnaast wil het gegevens kunnen delen met andere toezichthouders en media-aanbod langer bewaren voor onderzoek en handhaving. Ook wordt opnieuw gepleit voor het schrappen van de bevoegdheid van de minister om besluiten van het Commissariaat te vernietigen. Hierdoor kan de onafhankelijkheid verder worden versterkt.
Onder de voorstellen ligt een bredere zorg. Het medialandschap ontwikkelt zich sneller dan de wetgeving kan bijbenen. Zonder aanpassing ontstaat een situatie waarin toezicht steeds minder effectief wordt. Dit zet publieke belangen zoals pluriformiteit, transparantie en bescherming van gebruikers onder druk.
