Rathenau Instituut: Nederland te naïef met digitalisering, meer regie nodig

🕒 Leestijd ongeveer 4 minuten

De inkt van rapport over de aanbevelingsalgoritmen is nog maar net droog of het Rathenau Instituut komt alweer met de notitie ‘Naar een beter digitaal Nederland’. Daarin de boodschap dat digitalisering geen neutrale kracht is die vanzelf tot vooruitgang leidt en dat zonder scherpe keuzes en regie Nederland juist afhankelijker, kwetsbaarder en minder weerbaar dreigt te worden.

De notitie is door Rathenau op eigen initiatief geschreven als input voor het digitaliseringsbeleid van het nieuwe kabinet en laat zien dat de huidige koers te eenzijdig is. Innovatie en economische groei staan centraal, terwijl publieke waarden zoals autonomie, veiligheid en democratische kwaliteit onder druk staan. Zie ook deze publicatie die geheel gewijd is aan de digitale autonomie.

Rathenau ziet zes digitale ambities van het kabinet. Hieronder staan per ambitie in het kort de aanbevelingen van Rathenau.

1. Afbouwen van digitale afhankelijkheid

Rathenau stelt dat een van de meest urgente problemen de groeiende afhankelijkheid van buitenlandse techbedrijven is. Overheid, onderwijs, zorg en media draaien in toenemende mate op infrastructuur van partijen als Microsoft en Google. En dat brengt risico’s met zich mee. Niet alleen op het gebied van cybersecurity en continuïteit, maar ook voor privacy en zeggenschap. Amerikaanse wetgeving kan bijvoorbeeld toegang afdwingen tot Europese data. Tegelijkertijd verschuift de macht over digitale systemen en communicatie steeds meer naar private partijen buiten Europa.

Volgens Rathenau ontbreekt het vooral aan duidelijke keuzes. Als we minder afhankelijk willen worden via Europese alternatieven, publieke infrastructuur of strengere voorwaarden opstellen voor big tech? Zolang die richting onduidelijk blijft, verandert er in de praktijk weinig.

2. Een veilige en gezonde digitale omgeving

Ook de digitale leefomgeving zelf vraagt volgens de notitie om ingrijpen: “Socialmediaplatformen zijn ontworpen om aandacht vast te houden en data te verzamelen, niet om welzijn of veiligheid te bevorderen.” Dat vertaalt zich in groeiende zorgen over mentale gezondheid, online haat en misinformatie. Beleidsmaatregelen zoals schermtijdbeperkingen of een eventueel socialmediaverbod voor jongeren pakken volgens het rapport vooral symptomen aan, niet de oorzaak. Die oorzaak ligt in het verdienmodel van platformen. Zolang dat gebaseerd blijft op dataverzameling en gepersonaliseerde content, blijven de negatieve effecten bestaan.

3. Een inclusief, weerbaar en respectvol democratisch proces

Digitalisering raakt ook de kern van het democratisch proces. Sociale media zijn een belangrijk podium geworden voor politieke communicatie, maar tegelijk ook kwetsbaar voor manipulatie. Aanbevelingsalgoritmen versterken polariserende content, terwijl generatieve AI het eenvoudiger maakt om misleidende beelden en berichten te produceren. Buitenlandse inmenging is geen theoretisch risico meer, maar een reëel risico. Meer transparantie en aanpassing van algoritmen zijn volgens Rathenau noodzakelijk, net als investeringen in een sterk en pluriform medialandschap.

4. De digitale en duurzaamheidstransitie gaan samen op

Een opvallend punt in het rapport is de spanning tussen digitalisering en duurzaamheid. AI en datacenters vragen enorme hoeveelheden energie en grondstoffen, terwijl het beleid digitalisering juist stimuleert als motor voor groei. Die twee ambities gaan niet vanzelf samen. Zonder duidelijke randvoorwaarden kan de digitale transitie de klimaatdoelen juist ondermijnen. Rathenau pleit daarom voor een expliciete koppeling tussen digitalisering en duurzaamheid, inclusief discussie over de vraag hoeveel digitalisering eigenlijk wenselijk is.

5. Technologische innovatie voor maatschappelijke doelen

Misschien wel de belangrijkste waarschuwing in het rapport is die tegen ‘innovatiesimplisme’. Technologie wordt vaak gezien als oplossing voor maatschappelijke problemen, van zorg tot onderwijs. Maar zonder aandacht voor publieke waarden en maatschappelijke inbedding kan technologie juist nieuwe problemen creëren. Denk aan AI in het onderwijs die kritisch denken onder druk zet, of digitale zorgtoepassingen die menselijke interactie vervangen. De overheid heeft volgens Rathenau daarom een bredere rol dan alleen stimuleren van innovatie. Het gaat ook om reguleren, begeleiden en sturen op maatschappelijke impact.

6. Anticipatie op nieuwe technologie

De rode draad in het rapport is dat digitalisering geen losstaand beleidsdossier is, maar alle sectoren raakt. Van energie en zorg tot democratie en sociale relaties. Dat vraagt om een bredere en samenhangende aanpak. Niet alleen gericht op economische kansen, maar ook op risico’s, publieke waarden en langetermijneffecten. Het Rathenau Instituut pleit dan ook voor minder technologische vanzelfsprekendheid en meer politieke keuzes. Want zonder regie bepaalt de technologie de samenleving in plaats van andersom.

Lees hier de hele notitie.

Scroll naar boven